Het Nationaal Programma Onderwijs is een corona-steunprogramma van de overheid voor het funderend onderwijs (basisonderwijs en voortgezet onderwijs), het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en het hoger onderwijs. Zie website Rijksoverheid
 
Minister Slob schrijft in zijn brief op 23 maart jl. dat scholen die gebruik gaan maken van deze subsidie:

Tot en met april de tijd krijgen voor het maken van een schoolscan. Dit is een probleem- en behoefteanalyse op leerling- en schoolniveau op basis waarvan je vervolgens een onderbouwde keuze maakt voor passende interventies.
In april-mei een keuze moeten maken uit een lijst van interventies die gepleegd kunnen worden om de ‘corona-gerelateerde achterstanden’ bij leerlingen te herstellen.
In mei-juni een schoolprogramma moeten opstellen: dit is je plan van aanpak voor de inzet van de interventies en de financieringsverantwoording daarvan in de schooljaren 2021/2022 en 2022/2023, inclusief duurzame borging van de resultaten van die inzet in de periode daarna.

Het is heel goed mogelijk dat je ervoor kiest om te gaan werken aan kansengelijkheid door selectie uit te stellen. In dit tweede blogbericht laten we je zien hoe IMYC en Curriculum 10-14 jouw school kunnen ondersteunen om deze subsidie effectief in te zetten voor kansengelijkheid.

Uitgestelde keuze voor leerlingen in de overgang po-vo

We citeren een specifieke maatregel uit het Nationaal Programma Onderwijs (p.9):
 

Verlengde en brede/dakpanbrugklas: sommige leerlingen zijn gebaat bij uitstel van het selectiemoment. Dat geldt specifiek voor leerlingen die nu door corona mogelijk onder hun niveau zijn ingestroomd en tijd nodig hebben om leerachterstanden in te halen. Uiteindelijk op het goede niveau komen is voor een leerling minder gecompliceerd als de schoolsoorten bij de start van het vo nog niet gescheiden zijn. We pleiten voor een heterogene en verlengde onderbouw van het vo. Hiertoe worden binnen de periode van dit nationale programma (verlengde) heterogene brugklassen – en alternatieve effectieve maatregelen die latere selectie aantoonbaar bewerkstelligen – financieel gestimuleerd. Het doel is dat het definitieve selectiemoment met minimaal één en maximaal drie jaar wordt uitgesteld. Scholen die brede brugklassen inrichten ontvangen hiervoor extra middelen. Hiermee kunnen ze bijvoorbeeld ondersteuning zoeken bij het versterken van differentiatievaardigheden van docenten, methoden aanschaffen die aansluiten bij een heterogene klas of extra klassenondersteuning regelen om leerlingen gerichter aandacht te kunnen geven. De effecten en brede waardering van deze aanpak wordt gemonitord.

 
Met de subsidie wil de overheid grotere kansenongelijkheid door de gevolgen van de corona-pandemie tegengaan. Het uitstellen van de keuze voor een bepaald niveau wordt als een specifieke maatregel genoemd.

Heterogene en verlengde onderbouw van het VO

Wanneer je als school kiest voor een heterogene en verlengde onderbouw komen er allerlei organisatorische en inhoudelijke vraagstukken op je af.

  • Hoe bereid je je voor op meer gedifferentieerd werken in de klas?
  • Hoe zien je lessen eruit?
  • Hoe ga je toetsen?
  • Hoe daag je leerlingen uit om op hun niveau te leren en presteren?
  • Hoe kunnen leerlingen hun eigen en elkaars talenten benutten?
  • Hoe kom je uiteindelijk tot een goede keuze?

En zo zijn er nog veel meer vragen te stellen. De keuze voor een heterogene en verlengde onderbouw in het VO vraagt van je dat je samen met je collega’s echt gaat nadenken over de bedoeling van je onderwijs. Wat wil je bereiken en welke veranderingen vraagt dat van jou, je collega’s en de organisatie?
 
En biedt het werken met heterogene en verlengde onderbouw ook kansen om de onderwijsontwikkeling die je toch al wenste te versnellen of kracht bij te zetten?

IMYC biedt inhoud en structuur voor de heterogene onderbouw VO

Even voorstellen: IMYC staat voor International Middle Years Curriculum en is een onderwijsconcept en curriculum in één, gericht op leerlingen van 11 tot en met 15 jaar.
 
Voor het VO betekent dat een curriculum voor leerjaar 1, 2 en 3 waarin kerndoelen van de volgende vakken en leergebieden zijn opgenomen: aardrijkskunde, lichamelijke opvoeding, geschiedenis, ICT, kunst & cultuur, mens & samenleving, muziek, natuurwetenschappen, taal & literatuur, techniek en wiskunde.
 
Binnen je eigen onderwijskundige visie en schoolcontext kun je IMYC flexibel inzetten. Het curriculum bestaat uit units van zes tot acht weken. Elke unit is opgebouwd rondom een inhoudelijk thema en een uitdagend concept dat verschillende vakken met elkaar verbindt (de Big Idea). Als school kies je uit een ruim aantal die units die bij de schoolvisie passen.
 
Focus op leren
Binnen het concept van IMYC staat het leren van de leerlingen centraal. Dat gebeurt volgens vaste stappen in het leerproces, die bij elke unit weer terugkomen. Elke leerling doet dat samen met andere leerlingen en op zijn eigen niveau. Werken aan leerdoelen (die uitgebreider zijn dan de bekende kerndoelen, beschreven door het SLO) en formatief evalueren zijn vaste onderdelen in dit proces. Uitgewerkte rubrics en leeradviezen kunnen je ondersteunen bij de begeleiding van je leerlingen en het gedifferentieerd werken.
 
IMYC biedt inhoud door middel van het curriculum dat vakoverstijgend is en biedt structuur door de opbouw in units en de vaste stappen in het leerproces van leerlingen. Leerlingen met verschillende niveaus werken in de units met elkaar samen maar hebben wel hun eigen leerdoelen, die zij samen met de leraar vaststellen.
 
Na leerjaar 2 of 3 (afhankelijk van de keuze van de school) hebben de leerlingen een onderwijsprogramma gevolgd dat voldoet aan de kerndoelen (en meer). Zij hebben op basis van hun eigen ambities prestaties geleverd en zijn klaar om door te stromen naar het voor hen passende niveau.
 
Je eigen inbreng
Afhankelijk van de keuzes die je als school maakt, laat je de methodes voor de individuele vakken wel of niet los. Je kunt er ook voor kiezen om je methodes als bronnen te gebruiken. Ook beslis je zelf over de verhouding tussen formatief en summatief toetsen. Met IMYC krijg je dus niet een pasklaar programma. Je blijft zelf eigenaar van je onderwijs en dat heeft tot gevolg dat je samen met je collega’s ook in een leerproces stapt. Dit proces van samen leren en ontwikkelen is vergelijkbaar met de manier waarop je leerlingen gaan leren. Wij zeggen niet voor niets: ‘Great teaching, great learning, great fun’!
 
Werken met IMYC brengt een professionalisering bij jou en je collega’s teweeg op het gebied van curriculum-bewustzijn en leerdoelgericht werken. Je bent met z’n allen bewuster bezig met het concretiseren van de visie van je school. Hiermee ondersteun je ook het gezamenlijke draagvlak voor de heterogene onderbouw.

Tienerscholen en Curriculum 10-14

Tienerscholen zijn al langer bezig om kansenongelijkheid tegen te gaan door de keuze voor een niveau uit te stellen. De overheid heeft hiervoor al eerder subsidies beschikbaar gesteld. Ook deze scholen kunnen we ondersteunen met inhoud en structuur. Speciaal voor tienerscholen is Curriculum 10-14 ontwikkeld. Dit curriculum en concept in één verbindt de leerdoelen van PO aan die van de onderbouw van het VO en is vergelijkbaar met IMYC. IMYC en Curriculum 10-14 en het bieden van herstel en perspectief voor leerlingen tijdens/na de corona-maatregelen.
 
Wanneer je als school ervoor kiest om de gevolgen van de corona-maatregelen voor leerlingen te bestrijden en kansengelijkheid te vergroten door te kiezen voor een heterogene en verlengde onderbouw in het VO, dan biedt IMYC je inhoud en structuur bij het realiseren daarvan.
Voor tienerscholen is Curriculum 10-14 daarvoor zeer geschikt.

Nieuwsgierig of heb je nog vragen?

Kijk op @Curriculum10-14 (voor 10-14-onderwijs) of op @IMYC-Nederland (voor onderbouw VO).
 
Curriculum 10-14 heeft bovendien een eigen website.
Beide curricula zijn onderdeel van www.great-learning.nl.
Je vragen mailen kan ook: info@imyc-nederland.nl.

Problem solver

De tijd van het schrijven van een jaarplan voor komend schooljaar is weer aangebroken. Misschien werk je daarnaast ook wel aan een nieuw schoolplan voor de komende vier jaren. Geen gemakkelijke klus.

De Why is duidelijk maar nu: How?

Als leraar of schoolleider zoek je naar manieren waarop je je onderwijsvisie het beste vorm kunt geven in je onderwijsaanbod. Dit wordt heel actueel als je aan de slag gaat met het jaarplan of het schoolplan. Je hebt samen met collega’s een koers uitgestippeld en bent enthousiast. De ‘Why’ is duidelijk en nu vraag je je af: ‘How?’ Denk aan de Golden Circle (Simon Sinek).

Van visie naar doelstellingen

Veel scholen hebben hun onderwijsdoelen gebaseerd op de drie domeinen van Gert Biesta (Biesta, 2015):
 

  1. Kwalificatie: verwerven van kennis, vaardigheden, waarden en houdingen;
  2. Socialisatie: deel worden van bestaande tradities en praktijken, van manieren van doen en zijn;
  3. Subjectificatie: persoonsvorming in vrijheid en verantwoordelijkheid die daarmee gepaard gaat.

 
In de onderwijsvisie van de school wordt regelmatig naar deze domeinen verwezen.
De vertaling van deze visie in schoolplannen en jaarplannen omvat vaak thema’s als: werken met leerdoelen, formatief evalueren, vakoverstijgend werken, onderzoekend leren, doorlopende leerlijnen, kansengelijkheid, wereldburgerschap, duurzaamheid en 21st century skills. Het zijn thema’s waar je graag mee aan de slag wilt.
 
Stuk voor stuk vragen deze thema’s om kleine of grote veranderingen in je school: van je denken, handelen, lesmateriaal, lesrooster, toetsbeleid, curriculum, onderwijsconcept en misschien wel van je hele schoolsysteem.
 
De doelstellingen zijn geformuleerd maar hoe geef je daar nu concreet handen en voeten aan? Wat zijn de stappen die je kunt nemen om het voor elkaar te krijgen? Welke keuzes in structuur en cultuur maak je om je doelstellingen waar te maken?

Extra doelstellingen als gevolg van de corona-pandemie

Tegelijkertijd vraag je je af hoe je je leerlingen optimaal kunt begeleiden als zij weer ‘gewoon’ naar school mogen komen. Hoe kun je maatwerk bieden? Vraagt dit niet om persoonlijke leerlijnen? Kun je deze situatie misschien als kans benutten om de onderwijsontwikkeling die je wenst, een versnelling mee te geven? Het is nú de tijd om het anders aan te pakken!

Houvast op inhoud en structuur met Curriculum 10-14 en IMYC

Curriculum 10-14 (voor tienerscholen) en IMYC (voor de onderbouw van het VO) bieden houvast. In de komende blogs gaan we in op welke manier Curriculum 10-14 en IMYC inhoud en structuur kunnen bieden in het werken aan je doelstellingen. De volgende onderwerpen komen aan de orde:
 

  1. Gevolgen corona in het onderwijs en nationale steunprogramma voor herstel en perspectief. Mogelijkheden voor uitgestelde keuze, latere selectie met Curriculum 10-14 en IMYC.
  2. De drie domeinen van Gert Biesta: Kwalificatie, socialisatie en subjectificatie. Hoe en waar zichtbaar in Curriculum 10-14 en IMYC?
  3. Werken met leerdoelen; kennis, begrip en vaardigheden. Vakinhoudelijk, vakoverstijgend, persoonlijk en internationaal.
  4. Formatief evalueren, reflective journal en assessment for learning.
  5. Vakoverstijgend werken; betekenisvol onderwijs voor tieners.
  6. Onderzoekend leren, creatief denken, het leren verbeteren en het tienerbrein.
  7. Wereldburgerschap, internationale gerichtheid, internationale leerdoelen.
  8. Duurzaamheid en de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de Verenigde Naties.

Wat zijn Curriculum 10-14 en IMYC?

Curriculum 10-14 en IMYC bieden je een concept en curriculum in één. Het is goed te weten dat Curriculum 10-14 en IMYC géén methodes zijn. Er wordt niks voorgeschreven en je blijft zelf eigenaar van je onderwijs.
 
Wanneer je gaat werken met Curriculum 10-14 of IMYC ga je samen met je collega’s een ontwikkelproces door: samen gaan jullie onderwijsdoelstellingen vormgeven en daarbij maak je gebruik van de input van Curriculum 10-14 en IMYC. Dit proces van samen leren en ontwikkelen is vergelijkbaar met de manier waarop je leerlingen gaan leren. Wij zeggen niet voor niets: ‘Great teaching, great learning, great fun’!

Nieuwgierig?

Kijk op @Curriculum10-14 (voor tienerscholen) of op @IMYC-nederland (voor onderbouw VO).
Curriculum 10-14 heeft bovendien een eigen website.
Beide curricula zijn onderdeel van www.great-learning.nl.
Je vragen mailen kan ook: info@imyc-nederland.nl.

Bron

Biesta, G. (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Culemborg: Uitgeverij Phronese.

Mijn leerlingen hebben allemaal een tienerbrein. Ze hebben baat bij leren met elkaar, in een klaslokaal. Maar ook: oogcontact, slechte grappen, slappe lach en zo nu en dan een aai over de bol.

 

Ik denk dat we, nu de lockdown dat van onze leerlingen heeft weg genomen, een surrogaat moeten vinden. De uitdaging is niet zozeer wat we over willen brengen, dat komt wel goed, maar hoe. Hoe krijg je leerlingen ‘aan’? Ze zijn kilometers verwijderd van de leerkracht en van elkaar.

Ze zitten het liefst met de camera uit op hun bed een les te consumeren, terwijl ze eigenlijk in elkaars nabijheid moeten samenwerken. Hoe kan je leerlingen bij de les betrekken? Hoe kan je de leerlingen zoveel mogelijk bij de lurven te grijpen en door die camera heentrekken?

Een kant-en-klaar antwoord is er denk ik niet. Heel onderwijzend Nederland doet zijn best. Ik ook. Vasthouden aan zoveel mogelijk principes van IMYC helpt mij hierbij. Ik probeer bij het plannen van mijn lessen rekening te houden met de key needs van het tienerbrein.

Het helpt me om te blijven beseffen dat het bij een les niet om de leerkracht draait, maar om de leerling. Als je tijdens je lessen op afstand naar die black mirror staart, kun je dat soms vergeten.

 

Key need 1 – Hulp bij plannen, beslissen en omgaan met verantwoordelijkheden

Online lessen brengen chaos met zich mee. Zeker in het begin waren mijn leerlingen de weg kwijt. Waar stond de opdracht? In de mail? Op de studiewijzer? Bij de opdrachten van magister? Of toch ergens op teams. Om over de online toetsweek maar niet te beginnen. Ieder vak probeerde wat anders. Ondertussen zijn we een lockdown verder en zowel de leerkrachten als de leerlingen hebben wat overzicht gekregen in het hoe en wat van online lesgeven. Dat maakt het niet ideaal, maar wel een stuk beter.

Onderzoeksopdrachten werken goed, vind ik. Hoewel het gevaar is dat leerlingen overvraagd worden. Hierbij is een heel duidelijke instructie belangrijk. De opdracht moet erg goed dichtgetimmerd worden. Ik besteed meer aandacht aan de instructie van de onderzoeksopdrachten dan normaal. Een helder overzicht van wat de leerlingen moeten doen en een rubriek met elementen die de weerslag van het onderzoek moet bevatten. Een goede beoordelingsrubriek is essentieel.

Ik merk dat met name de meer creatieve opdrachten wat extra aandacht en ondersteuning nodig hebben. Waar mogelijk probeer ik de leerlingen te helpen door te visualiseren. Bij online lesgeven komt meer uitleg niet bij de leerlingen binnen. Ik zie dat ook als mijn eigen kinderen achter de laptop zitten. Daarom is herhaling en ondersteuning nog belangrijker dan bij offline lessen. Online lessen geven ook extra mogelijkheden tot differentiatie.

‘Wat, waar, hoe en wanneer’ moeten ze het inleveren. Dat willen leerlingen weten. Daarna gaan de meeste leerlingen als een raket.

 

Key need 2 – Een ‘use it or lose it’-principe en key need 3 – Risico’s nemen

Net als bij offline lessen is ook bij online lessen de keuzevrijheid voor de leerlingen belangrijk. Als ze zelf mede de richting kunnen bepalen van een opdracht, dan werkt dat beter. Als leerlingen zich kunnen uitleven in een creatief aspect van een opdracht, iets dat duidelijk anders is dan normaal, dan beleven sommige leerlingen er echt veel lol aan. Een aantal leerlingen heeft me echt versteld doen staan met hun creativiteit (en sommigen met het gebrek eraan).

Voor mij was het tijdens de eerste lockdown een openbaring dat ik zelf dingen meer kon loslaten dan normaal. Toen ik leerlingen vertrouwen en verantwoordelijkheid over hun leren gaf, zag ik dat leerlingen betere producten maken dan tijdens de offline opdrachten. Alleen werken kan ook een focus geven en een impuls om meer uit een opdracht te halen.

Ik ben me bewust van de sleur van veel lessen achter elkaar. Ik probeer zoveel mogelijk afwisselende lessen te geven. In lessen waarbij geen onderzoeksopdracht centraal staat probeer ik de leerlingen niet te overvoeren met uitleg. Hoewel dat niet altijd lukt.
Kort filmpje. Korte uitleg. Korte instructie. Korte opdracht (met duidelijke instructies). Misschien een kahoot, want dat is leuk.

Het blijft een zoektocht. Sommige leerlingen komen moeilijker in de ‘aan’ stand. En juist in lockdown vind ik het soms moeilijk om dat ook op te merken. De leerlingen die normaal gesproken actief zijn zie je nu ook (in je teamsscherm oppoppen) – de leerlingen die inactief zijn zie je minder. En ze kunnen makkelijker duiken.

 

Key need 4 – In een groep geaccepteerd willen worden

Het begint bij camera’s aan. Hoewel in het kader van de privacywetgeving dit niet verplicht gesteld kan worden (over irritante wetten gesproken!), is het visuele contact met medeleerlingen essentieel. Niet alleen voor de leerlingen, maar ook voor mezelf. Ik kan niet lesgeven als ik tegen grijze vakjes aan praat. Dan sla ik dicht. Lesgeven is contact. Ook voor mij.

Ik probeer waar mogelijk leerlingen te laten samenwerken. Het maken van groepjes is wat lastiger, maar alle leerlingen weten elkaar te vinden. Ze regelen het prima.

 

Key need 5 – De behoefte om verbanden te leggen

Ik vind het lastiger dan normaal om verbanden aan te brengen. Ik ben minder met reflective journalling questions (reflectievragen) bezig in de les en hoewel de opdrachten geconstrueerd zijn rondom de Big Idea*, kan ik de leerlingen hier online toch minder bij betrekken. Het vraag-leergesprek rondom een thema vind ik in de klas veel natuurlijker gaan. Je kunt reflectie en verbanden leggen wel aanmoedigen in de chat van je meeting. Leerlingen vinden dat ook echt leuk om te doen. Bovendien zijn er online een aantal whiteboards om dit te genereren, waardoor ze van elkaar inzichten krijgen.

Onderwijs op afstand is soms saai. Ik mis de leerlingen, ik mis het contact, de interactie. Praktisch is het prima. Beter zelfs. Ik drink een kopje koffie (zoveel beter dan op school), gooi tussen twee lessen even een wasje in de machine, heb geen reistijd meer en kan als leerlingen lekker bezig zijn alvast de opdracht voor het volgende uur wat verfraaien.

Leerlingen leren andere dingen: plannen, organiseren, zelfstandig werken, onderzoeksvaardigheden, samenwerken op afstand… Leerlingen leren meer zelf verantwoordelijk te zijn. Dat zijn waardevolle vaardigheden. Maar ondanks de voordelen en mogelijkheden blijft het een surrogaat. Het helpt om zoveel mogelijk key needs mee te nemen bij de lessen, maar uiteindelijk leren leerlingen het fijnste in de klas.

* Elke unit heeft een thema en Big Idea. Deze sluiten aan op de ontwikkeling en belevingswereld van leerlingen in de leeftijdscategorie 11 tot en met 15 jaar. Denk bijvoorbeeld aan samenwerken, tradities of moed. Met de Big Idea leg je verbanden tussen de vakken.

 

Over de auteur: Kevin Slothouwer is geschiedenisleraar op het Lorentz Lyceum in Arnhem. Daarnaast werkt hij voor Great Learning Nederland als IMYC-trainer en onderwijsontwikkelaar.

 
We kunnen je alles over IMYC vertellen, maar uiteindelijk zijn het de verhalen uit de praktijk die je laten zien hoe IMYC er op jouw school uit kan komen te zien. We spraken Hedda Magnus, wiskundedocent en teamleider van Descart.
 
Descart is een initiatief van het Sint-Gregorius College in Utrecht. De naam van de nieuwe havo/vwo-school is een samentrekking van design, science en art, en natuurlijk een knipoog naar de vermaarde filosoof en wiskundige René Descartes. Daarmee verklappen we ook meteen een deel van de onderwijsvisie.
 
De school leidt breed op en slaat heel bewust een brug tussen wetenschap en kunsten. Descart-leerlingen combineren analytische vaardigheden met een open, onderzoekende blik en ontwikkelen hun creativiteit volop. Een mooie match met IMYC, zo blijkt!
 

Hoe kwam IMYC op jullie pad?

“IMYC is eigenlijk toevallig op ons pad gekomen. Een ouder van één van onze leerlingen was bekend met een IPC-basisschool in de buurt. Toen dachten we: dat zou een goede match kunnen zijn, laten we ze (IMYC) eens uitnodigen.”
 

Wat zijn de eerste ervaringen?

“We merken dat IMYC een mooi ritme meebrengt. Het geeft houvast in de jaarplanning. Een goed voorbeeld is de terugkerende start en afsluiting van een thema*. Natuurlijk organiseerden we altijd al leuke en leerzame dingen buiten de reguliere lessen, maar nu weet ook iedereen wanneer er wat gebeurt. Die structuur geeft rust.”
 
*De start en afsluiting van elk thema zijn terugkerende gebeurtenissen in de IMYC-leercyclus. Op deze momenten stap je heel duidelijk uit de normale gang van zaken op school. Tijdens het startpunt worden leerlingen enthousiast gemaakt voor een bepaald thema, liefst op een zo leuke en ludieke manier. De afsluiting is een extra evaluatie, waarmee je laat zien dat je de stof onder de knie hebt. Tegelijkertijd is het een moment om trots te zijn op wat je geleerd hebt.”
 

Hebben jullie al voorbeelden van mooie startpunten?

“Ja, we hebben al een aantal hele leuke dagen gehad. Natuurlijk was dat wel even puzzelen met het oog op COVID. Zo hebben we voor het thema Aanpassen stopmotionfilmpjes gemaakt en zijn we op veilige afstand naar de schaatsbaan geweest.
 
Voor de afsluiting van het thema Ontdekken hebben de leerlingen hun online portfolio op orde gebracht, zodat ze dit tijdens een digitale vergadering aan alle ouders konden presenteren. Daar kregen we echt ontzettend leuke feedback op van de ouders. Daarnaast hebben klassenouders een high tea georganiseerd met alle klassen bij elkaar. Stichting Safe School was daarbij te gast. Door middel van een zogenaamde ‘safe talk’ hebben we een veilig kringgesprek gehouden over het thema Ontdekken. Hierbij kon iedereen eerlijk zijn, wat natuurlijk veel indruk maakte op de leerlingen. Het was een bijeenkomst met een lach en een traan, waar we met goed gevoel op terugkijken.”
 

Hoe geven jullie vorm aan het vakoverstijgend werken?

“Periode één stond met het thema Ontdekken vooral in het teken van de nieuwe indrukken. Brugklassers die hun eerste stappen op de middelbare school zetten, maar ook docenten die hun eerste stappen met IMYC zetten. We zien dat het vakoverstijgende in deze tweede periode pas echt op gang komt. Je vraagt de geschiedenisleraar waar wiskunde mee bezig is en hij of zij weet het antwoord. Tijdens onze laatste wekelijkse teammeeting ging het over de vakinhoud van het onderwijs. Daarbij maakten de docenten van verschillende vakken haakjes voor hun collega’s, zodat duidelijk werd, wie waar kon inhaken.”
 

Heb je daar misschien een voorbeeld bij?

“Op sommige scholen lijkt het alsof wiskunde en natuurkunde langs elkaar heen werken. Best gek, want differentiëren bij wiskunde is niet anders bij natuurkunde. Bovendien levert het simpelweg tijdwinst op. Door het zien van verbanden wordt het onderwijs interessanter, voller en meer betekenisvol.”
 

Je noemde eerder al een online portfolio, welke rol heeft dat bij het toetsen?

“Aan de hand van de cijfers uit de toetsweken kijken we of een leerling besproken moet worden of niet. Als die vraag met een ‘ja’ beantwoord wordt, dan speelt het portfolio een belangrijke rol. Aan de hand van het portfolio kunnen we bijvoorbeeld piekfijn zien welke potentie er is. Als die potentie er is, dan gaan we voorbij aan de cijfers van dat moment en mag de leerling van ons door. Het Reflective Journal* van IMYC is daarbij ook erg handig”
 
*Het Reflective Journal is een soort van logboek met sturende vragen, dat de leerlingen gedurende de periode bijhouden. Deze vorm van formatief evalueren geeft enerzijds goed weer wat een leerling opsteekt. Anderzijds helpt de evaluatie om verbanden te leggen (beter te begrijpen) en vanuit meerdere perspectieven te redeneren.
 

Wat gun je ieder kind die de stap van PO naar VO maakt?

(Er verschijnt een twinkeling in Hedda’s ogen.)
 
“Ik gun het elk kind ontzettend dat een stukje intrinsieke leergierigheid bewaard blijft; dat de vlam blijft branden. Er gebeurt van alles in je tienertijd. Denk aan gierende hormonen en het ervaren van meer groepsdruk. Hartstikke moeilijk om dan ook je nieuwsgierigheid vast te houden. Wij doen er in ieder geval alles aan om het onderwijs zo in te richten dat het mogelijk blijft.
 
We willen ook het gevoel geven dat mislukken mag. Als je een leerling niet keihard afrekent met een cijfer, dan durft hij of zij bij een spreekbeurt een onderwerp te kiezen, dat misschien net iets te moeilijk is. Als de spreekbeurt dan niet goed uit te verf komt, hoef je niet bang te zijn voor een 4.8, maar gaan we kijken naar hoe je het de volgende keer beter kunt doen. Stel je voor dat je op je werk overal een cijfer voor zou krijgen. Dan zou je ook minder risico nemen. Cijfers geven is natuurlijk op de juiste momenten een nuttig instrument, maar je moet niet alles willen toetsen.”

'Het onderwijs van Great Learning Nederland gaat naast vele jaren onderwijservaring wereldwijd uit van onderzoeken uit de hersenwetenschap.'