samenwerken met collega's onderwijs

Het lijkt zo simpel: het voortgezet onderwijs als plek waar collega’s met elkaar samenwerken. Toch gebeurt het nog te weinig. Dat docenten in grote lijnen onderling samenwerken is gelukkig vaak wel aan de orde, maar in de praktijk ontbreken vaak diepgang in de samenwerking en ondersteuning vanuit de school.

 
De kwaliteit van het samenwerken bepaalt grotendeels de effectiviteit van een docententeam. Hoe beter de samenwerking binnen het team is, hoe groter de kans is dat het gezamenlijke doel wordt behaald. Wanneer die samenwerking oppervlakkig blijft of misschien zelfs wel helemaal niet aan de orde is, zal een team niet snel gezamenlijke doelen behalen. Dit heeft ongetwijfeld effect op de effectiviteit, maar uiteindelijk ook op de onderwijskwaliteit van zowel het team als de school.

Ook leerlingen willen onderwijs waarin leraren samenwerken

Bij goed, betekenisvol onderwijs hoort rekening houden met het tienerbrein. Zo hebben we als mens een sterke behoefte aan verbanden leggen. Het brein werkt associatief, zeker bij tieners. Ze hebben daarbij een sterk ‘use it or lose it’-principe. Voelt een les of onderwerp niet zinvol of nuttig? Dan weet je zeker dat er vrijwel niks blijft hangen.
 
Stel je voor: een leerling is dol op het vak geschiedenis. Het gaat erin als zoete koek, om het maar zo te zeggen. Natuurkunde daarentegen is voor hem maar saai en het wil er maar niet in. Door die leerling de verbanden tussen natuurkunde en geschiedenis te laten zien, vergroot je de kans dat de stof van natuurkunde wel blijft plakken. Een natuurkundige als Newton kun je bijvoorbeeld niet los zien van de 17e eeuw, waarin de Nederlandse Republiek zeeoorlogen uitvocht met de Britten en de wetenschap in Noord-Europa opleefde.
 
Ook aansluiten bij de persoonlijke leefwereld van tieners en een koppeling maken met een centraal thema (thematisch onderwijs) helpen ontzettend. Daarom is het van belang dat teamleden onderling van elkaar weten wat er speelt. Vertrouwen en betrokkenheid zijn essentieel voor de effectiviteit. Een goede balans tussen het gezamenlijke doel en individuele ambities zijn belangrijk. Binnen docententeams is het opbouwen van werkrelaties vaak lastig vanwege de beperkte mogelijkheden tot interactie, zeker wanneer de docententeams groot zijn.
 

Hoeveel werk jij samen?

Ben jij docent? Denk eens na over de volgende vragen en wees eerlijk. Hoeveel werk jij samen met collega’s? Weet je wat er bij hen speelt of blijft het bij een oppervlakkig praatje naast de koffieautomaat? Met welke thema’s zijn zij bezig? Waar lopen zij tegen aan? Hebben jullie als team interventies? Zijn er trainingen, teamdagen en/of teambuildingmomenten?
 
Zelf ben ik docent kunstvakken op een middelbare school. We hebben een relatief klein team en we hebben regelmatig gezamenlijke momenten waarin we als team samenwerken aan de onderwijskwaliteit, bepaalde doelen en de visie die we uitdragen als school.
 
Ondanks het feit dat wij het dus op gebied van samenwerking als team – in mijn ogen – helemaal niet slecht doen, ben ik mij sinds ik IMYC-units ontwikkel toch bewust van het ontbrekende samenwerkingsproces binnen de vaklessen in de reguliere lesweken.

Goed onderwijs kan niet zonder samenwerken met je collega’s

In het programma van IMYC en/of Curriculum 10-14 werk je binnen een unit aan een bepaald thema waarin we vakken verbinden. Dat zorgt natuurlijk automatisch voor een geschikte samenwerkingsgelegenheid tussen verschillende vakken. Ook dan vindt zo’n samenwerking pas plaats zodra de vakdocenten elkaar in gesprek gaan over wat zij binnen het thema gaan doen.
 
Zo werk je bijvoorbeeld binnen het thema / de unit Moed met het vak kunst en cultuur aan zelfportretten gebaseerd op een onderzoek naar Frida Kahlo. Je kunt je voorstellen dat het heel interessant is hier bijvoorbeeld aardrijkskunde of geschiedenis aan te koppelen en om bij die lessen meer te weten te komen over de politieke achtergrond van Frida Kahlo of haar Mexicaanse afkomst en de cultuur die daarbij hoort. Het is leuk, vernieuwend en interessant om met elkaar te sparren over dit soort thema’s en tot een mooie samenwerking te komen. Dit levert namelijk onderlinge betrokkenheid, diepgang en het behalen van gezamenlijke doelen op; het succesvol afronden van een unit.

samenwerken onderwijs collega's
Brett Sayles | Portret Frida Kahlo

 

Gesteund door de structuur van het curriculum

Over het algemeen zijn de units van IMYC en/of Curriculum 10-14 bij elk vak op dezelfde manier opgebouwd. De structuur hiervan helpt bij het leerproces van de leerling, maar ondersteunt ook het onderwijs bij het samenwerken met je collega’s. Er worden links naar andere vakken aangereikt in de thema’s, zodat je als docent alleen je collega nog op hoeft te zoeken en jouw ideeën met die van hem of haar uit hoeft te wisselen.
 
Wanneer zo’n thema ook bij een andere les weer terugkomt levert dat bij de leerlingen weer herhaling en zelfs diepgang op. Op deze manier verwerken ze de informatie makkelijker en creëren ze een beter referentiekader. Dat zorgt weer voor een hoger leerrendement, wat vervolgens weer de onderwijskwaliteit verbetert!
 
 
Dit is een artikel van Judith Bijlsma. Judith is docent kunstvakken en onderwijsontwikkelaar voor het vak kunst en cultuur van IMYC en Curriculum 10-14 (website).
 
 

Bronnen

Truijen, K. J. P., Sleegers, P. J. C., Meelissen, M. R. M., & Nieuwenhuis, A. F. M. (2013). What makes teacher teams in a vocational education context effective? A qualitative study of managers’ view on team working. Journal of workplace learning, 25(1), 58-73.
Cohen, S. G., & Bailey, D. E. (1997). What makes teams work: Group effectiveness research from the shop floor to the executive suite. Journal of management, 23(3), 239-290.
Kagan, S. (2019). Breinvriendelijk onderwijs. Feiten, tips en coöperatieve structuren (2e druk). Vlissingen: Bazalt Educatieve Uitgaven.

Curriculum ontwikkelen

Veel scholen zoeken naar manieren om hun curriculum (opnieuw) te ontwikkelen. Ze zijn op zoek naar manieren waarop hun onderwijs leerlingen nog beter voorbereidt op de toekomst. Zo geven ze beter vorm en inhoud aan de visie en missie van de school.

 

In deze eerste blog van dit schooljaar vertellen we hoe IMYC en Curriculum 10-14 (website) bij dat proces van curriculumontwikkeling kunnen ondersteunen.

Opnieuw je curriculum ontwikkelen is het loslaten van oude patronen

Op diverse scholen wordt door groepen leraren gewerkt aan het anders organiseren van het onderwijs. Hun wens is dat hun leerlingen voor alle vakken ontwikkelingsgericht kunnen leren, waarbij het benutten van een groot talent en/of juiste hulpvragen van nature zijn ingebouwd. Of ze willen meer werken vanuit leerdoelen, formatief handelen, vakoverstijgend werken of meer focus op onderzoekend leren. Het zijn allemaal wensen die uitnodigen om het huidige curriculum tegen het licht te houden.

 

In het zoeken naar wegen om tot een nieuw, verbeterd aanbod te komen, is het vaak lastig los te komen van de patronen die bestaan. Zo heeft elk vak vaak een eigen methode en vaste volgorde in de te behandelen onderwerpen. Het oude vertrouwde loslaten is lastig. Om alles overboord te zetten en helemaal opnieuw te gaan opbouwen kost veel tijd en maakt ook onzeker.

Hoe kun je in zo’n situatie van ontwikkeling toch houvast krijgen?

Houvast met IMYC of Curriculum 10-14

IMYC (voor onderbouw VO) en Curriculum 10-14 (voor tienerscholen) zijn een curriculum en concept in één. Het curriculum bestaat uit units van 6 tot 8 weken, die elk opgebouwd zijn rondom een thema en een ‘Big Idea’, een uitdagend concept dat fungeert als link tussen de vakken. Het unit-aanbod is ruim, waardoor je de thema’s kiest die bij jouw school en visie passen.

Het vertrekpunt per periode is voor de vakken gelijk: de Big Idea. Zo geldt bij de unit ‘Ontdekken’ de volgende Big Idea: ‘Nieuwe dingen ontdekken is een menselijke drijfveer en beïnvloedt zaken zowel positief als negatief’. In het materiaal van IMYC en Curriculum 10-14 wordt bij elk vak gewerkt vanuit leerdoelen die bij dit Big Idea passen. Ook is te zien op welke SLO-kerndoelen deze leerdoelen aansluiten. Daarnaast worden bij elk vak suggesties gedaan voor de lessen tijdens de betreffende periode.

Je curriculum ontwikkelen met IMYC of 1014 als basis

IMYC en Curriculum 10-14 kun je bij het (opnieuw) ontwikkelen van je curriculum als basis gebruiken. Zo hoef je niet bij nul te beginnen in het ontwerpproces. Het rijke materiaal ondersteunt ontwikkelgroepen, onder andere, bij:

 

  • het invullen van de lessen
  • bij het begeleiden van het leerproces
  • bij het werken vanuit leerdoelen
  • formatief evalueren
  • vakoverstijgende projecten

 

Welke leeractiviteiten gekoppeld worden aan de leerdoelen die aan de orde zijn, is een keuze van de leraar. Je kunt kiezen uit de suggesties in de taken van IMYC of Curriculum 10-14. Als de leraar de voorkeur geeft aan zelf bedachte activiteiten of activiteiten uit een methode, kan dat ook. Als leraar weet je natuurlijk het beste wat je leerlingen nodig hebben.

De leraar blijft dus de regisseur van het leerproces en het onderwijsaanbod dat leerlingen optimaal voorbereidt op hun toekomst!

 

Nieuwsgierig?

Kijk gerust eens rond op onze website of die van Curriculum 10-14. Met al je vragen helpen we je graag verder via info@imyc-nederland.nl

Volg ook onze nieuwsbrieven of abonneer je via de sociale media op IMYC/Curriculum 10-14 als je op de hoogte wilt blijven. Er zijn geregeld digitale Community-bijeenkomsten waar je van harte welkom bent.

Aanmelden voor de nieuwsbrieven

IMYC
Facebook | LinkedIn | Instagram

Curriculum 10-14
Facebook | Instagram

Een leven lang leren. Het wordt regelmatig benoemd in gesprekken, artikelen en blogs over onderwijs. Het geldt voor onszelf maar ook zeker voor onze leerlingen. In een steeds veranderende wereld is het belangrijk dat je blíjft leren. Hoe belangrijk is het dus dat je wéét hoe jij leert en hoe je dat het beste doet?

In deze tiende blog vertellen we hoe we binnen IMYC en Curriculum 10-14 Leren leren, 21st Century Skills en persoonlijke leerdoelen met elkaar verbinden.
 
We weten al een poos dat onze leerlingen opgroeien in een snel veranderende wereld. Maar hoe ga je daarmee om? Om je daarin te kunnen bewegen is het belangrijk om jezelf te kennen, je eigen kwaliteiten en je valkuilen. En nog belangrijker is het dat je leert hoe je jouw kwaliteiten het beste inzet en hoe je die kunt verbinden aan de kwaliteiten van anderen.
 
Dit zijn slechts een paar van de vaardigheden die worden benoemd als de 21e-eeuwse vaardigheden. Bron: www.slo.nl.

Persoonlijke leerdoelen gekoppeld aan 21e-eeuwse vaardigheden

Binnen IMYC en Curriculum 10-14 zijn Persoonlijke Leerdoelen geformuleerd over individuele kwaliteiten die onmisbaar zijn voor leerlingen in de 21ste eeuw. Zoals je kunt zien zijn er veel paralellen te trekken met de, door het SLO geformuleerde, 21e-eeuwse vaardigheden.

De doelen betreffen persoonlijke en sociale vaardigheden die je, volgens ons, nodig hebt om je te ontwikkelen in een wereldburger met alles wat daarbij komt kijken. De doelen omvatten 8 onderwerpen:
 
1. Onderzoek
2. Aanpassingsvermogen
3. Veerkracht
4. Moraliteit
5. Communicatie
6. Bedachtzaamheid
7. Samenwerking
8. Respect
 
Deze doelen zijn leeftijdsonafhankelijk en zijn verweven in de units. De leraar en de school zorgen ervoor dat de persoonlijke doelen en de daaraan gekoppelde leerdoelen in het onderwijs en de cultuur op school een belangrijke rol spelen. De units en bijbehorende Big Ideas nodigen ook daartoe uit. Zo gaat de unit ‘Aanpassen’ van leerjaar 1 over het vermogen om je aan te passen aan nieuwe omstandigheden. En in de unit ‘Concurreren’ van leerjaar 2 leer je dat je van concurrentie vaak beter wordt, maar dat het ook verkeerd kan uitpakken.

ICT-leerdoelen apart geformuleerd

Binnen IMYC en Curriculum 10-14 zijn de ICT-leerdoelen geformuleerd voor het vak ICT. Ook hier geldt dat deze doelen verweven zijn in de units. Bij elk thema zijn ze aan de orde.
 

Het leren verbeteren

De missie van IMYC en Curriculum 10-14 is ‘Het leren verbeteren’. De basis hiervan is het leerproces dat in elke unit weer zichtbaar wordt. Leerlingen werken daarbij aan leerdoelen voor de verschillende vakken en, zoals hierboven beschreven, ook aan persoonlijke en ICT-leerdoelen.
 

Om het leren steeds te verbeteren is het Assessment for Learning een vast onderdeel in het proces. Het Assessment for Learning is een hulpmiddel om te zien wat leerlingen na verloop van tijd hebben geleerd. Daarbij worden reflectieve vragen gesteld, zodat leerlingen hun eigen leerproces kunnen beoordelen. Bovendien biedt het Assessment for Learning hulp als je wilt beoordelen in hoeverre het leren van de leerling verbeterd is. Dit doe je met rubrics en leeradviezen voor leraren en leerlingen.
 
Tijdens het leerproces houden de leerlingen ook een Reflective Journal bij. In dit (digitale) logboek laten ze regelmatig zien hoe zij hun leerproces ervaren en hoe hun gedachten en inzichten rondom het centrale thema (Big Idea) zich ontwikkelen.
 
Net als bij de vakinhoudelijke leerdoelen, reflecteren leerlingen dus ook op hun persoonlijke en ICT-leerdoelen. Hiermee worden leren leren, 21e-eeuwse vaardigheden en persoonlijke leerdoelen echt met elkaar verbonden.

Laatste blog voor dit schooljaar

Dit was de laatste blog voor het schooljaar 2020-2021. Komend schooljaar starten we een nieuwe serie. Heb je ideeën voor mogelijke onderwerpen? Laat het weten via onderstaand mailadres!
 

Nieuwsgierig?

Kijk gerust eens rond op onze website of die van Curriculum 10-14. Met al je vragen helpen we je graag verder via info@imyc-nederland.nl
 
Volg ook onze nieuwsbrieven of abonneer je via de sociale media op IMYC/Curriculum 10-14 als je op de hoogte wilt blijven. Er zijn geregeld digitale Community-bijeenkomsten waar je van harte welkom bent.
 
Aanmelden voor de nieuwsbrieven
 
IMYC
Facebook | LinkedIn | Instagram
 
Curriculum 10-14
Facebook | Instagram
 

IMYC of Curriculum 10-14 ontdekken in één week? En werken aan de duurzame ontwikkelingsdoelen? Dat kan met de mini-unit Sustainability!

 
De unit is ontwikkeld om leerlingen te laten kennismaken met IMYC en/of Curriculum10-14. Leraren die willen kennismaken met het concept, krijgen met deze unit een goed beeld van de onderwijsfilosofie. Het gaat om betekenisvolle activiteiten, vanuit vakinhoudelijke leerdoelen, verbonden binnen een thema.
 
Leraren die langer werken met IMYC of Curriculum 10-14 herkennen het leerproces met terugkerende onderdelen. Het staat leraren en scholen natuurlijk volledig vrij om het materiaal aan te passen, om zo hun leerlingen nog beter te begeleiden in hun ontwikkeling.

Duurzame ontwikkelingsdoelen

De SDG’s (sustainable development goals) staan centraal in deze mini-unit. Deze zijn in 2015 door de Verenigde Naties vastgesteld als de nieuwe mondiale duurzame ontwikkelings-agenda voor 2030. Het zijn mondiale doelen voor duurzame ontwikkeling.
 

Download

 
De units zijn voor iedereen die er baat bij heeft.

Mini-unit Sustainability

Voor de leraar

Deze mini-unit biedt voldoende lessuggesties voor één week. Idealiter begin je twee tot drie weken van te voren met de voorbereidingen. Binnen de unit wordt ook gewerkt aan leergebieden en kerndoelen. De leerlingen ontdekken meer over SDG 7, 8, 9, 11, 12 en 17.
 

De manier waarop mensen gebruik maken van alles wat de aarde te bieden heeft, is niet duurzaam. We hollen de aarde uit met ons (consumptie)gedrag. De Verenigde Naties hebben daarom zeventien doelen geformuleerd om hierin krachtig bij te sturen.
 
In deze negende blog vertellen we hoe we binnen IMYC en Curriculum 10-14 aandacht voor duurzaamheid geïntegreerd hebben.
 
De doelen die opgesteld zijn door de VN worden de SDG’s genoemd (Sustainable Development Goals of Duurzame Ontwikkelingsdoelen). Het is daarbij de ambitie om de grote problemen van deze tijd voor 2030 te tackelen. Voor ons onderwijs ligt hier een mooie uitdaging en kans. Onze leerlingen vormen immers de samenleving van de toekomst.
SDG Nederland
 

SDG’s verwerkt in de lesunits

Het behoud van de aarde is lastig om in één themales te behandelen. Daar is het té belangrijk voor, vinden we bij IMYC en Curriculum 10-14. De SDG’s zijn in ons onderwijsaanbod geïntegreerd.
 
Het onderwijsconcept van IMYC en Curriculum 10-14 wil het leren van kinderen verbeteren. Eén van de elementen daarbij is het leggen van verbanden.
 
Als je een thema vanuit verschillende perspectieven benadert krijgt het meer betekenis voor je en zo onthoud en begrijp je het beter.
 
Als we leerlingen willen leren hoe zij kunnen bijdragen aan het behoud van de aarde is het van belang dat zij het onderwerp ‘duurzaamheid’ dus van verschillende kanten benaderen. Duurzaamheid hebben we in ons concept gekoppeld aan de SDG’s van de VN.
 
In alle leerjaren komen de SDG’s in verschillende units (thema’s) aan de orde. Ook zijn die doelen niet gekoppeld aan één vak. Zo zorgen we voor het brede perspectief bij leerlingen.
 
Het elfde duurzame ontwikkelingsdoel (duurzame steden en gemeenschappen) is, bijvoorbeeld, terug te vinden in meerdere units van leerjaar 1, 2 en 3. Een voorbeeld van een onderzoeksactiviteit hierbij is dat leerlingen op een uitvergrote kaart van hun omgeving schrijven welke samenwerkingsverbanden ze ontdekt hebben. Ze geven bij elke plaats of gebeurtenis aan wanneer dit plaatsvond, met wie en welke culturen en welke doelen behaald werden. Als laatste geven ze aan welke gevolgen het kan hebben voor de toekomst.
 

Binnenkort ook in ons aanbod: mini-unit duurzaamheid

Om scholen extra te ondersteunen, ontwikkelen we momenteel ook een mini-unit speciaal gericht op duurzaamheid. Dus als je extra aandacht wilt voor de SDG’s en/of wilt kennismaken met het leerproces van IMYC, is dit een goede unit om te gebruiken.
 

Overzicht voor leraren en schoolleiders

Welke SDG’s in welke units aan bod komen, hebben we verzameld in een overzicht. Zo kun je precies zien waar je op kunt aansluiten en waar je ze eventueel nog in je onderzoeks- en verwerkingstaken kan inpassen.
 

Samen het leren verbeteren

Door de SDG’s te integreren in ons aanbod leren we onze leerlingen hoe hun gedrag kan bijdragen aan een gezondere aarde. Zo werken we samen aan een gezonde toekomst!
 

Volgende blog

In de volgende blog gaan we verder in op Leren leren, 21st Century Skills en persoonlijke leerdoelen binnen IMYC en Curriculum 10-14.
 

Nieuwsgierig?

Kijk gerust eens rond op onze website of die van Curriculum 10-14. Met al je vragen helpen we je graag verder via info@imyc-nederland.nl
 
Volg ook onze nieuwsbrieven of abonneer je via de sociale media op IMYC/Curriculum 10-14 als je op de hoogte wilt blijven. Er zijn geregeld digitale Community-bijeenkomsten waar je van harte welkom bent.
 
Aanmelden voor de nieuwsbrieven
 
IMYC
Facebook | LinkedIn | Instagram
 
Curriculum 10-14
Facebook | Instagram
 

Onze leerlingen zijn wereldburgers. De toenemende globalisering zorgt ervoor dat het voor de toekomst van onze leerlingen belangrijk is dat zij weten en begrijpen dat het verschil maakt waar je geboren wordt en hoe dat je kan vormen.
 
Respect voor andere visies, werkwijzen en rituelen maakt (samen) werken en leven in een internationale en multiculturele context mogelijk.
 
In deze achtste blog vertellen we hoe IMYC en Curriculum 10-14 invulling geven aan wereldburgerschap en internationale leerdoelen.
 

Visie

Het concept van IMYC en van Curriculum 10-14 is gebaseerd op de Bottom Line 9, de negen basisprincipes waarop ons onderwijs is gestoeld (zie ook blog #3).

 
Zoals je kunt zien in deze figuur is het vierde principe: internationale gerichtheid. We vinden het van groot belang dat onze leerlingen hun omgeving (dichtbij en veraf) kunnen bekijken door een internationale bril. De I van IMYC staat voor niet voor niks voor ‘International’.
 

Hoe zorgen we voor internationale gerichtheid?

Internationale gerichtheid betekent dat we leerlingen helpen in de ontwikkeling van:
 

* kennis en begrip, die verder reikt dan hun eigen nationaliteit.
* begrip van de (onderlinge) afhankelijkheid van mensen, landen en culturen.
* zowel een regionaal, als een nationaal en internationaal perspectief.
* de vaardigheden en mindset om een wereldburger te zijn die een actieve en positieve bijdrage levert aan de samenleving.
* een toenemend besef van de eigen identiteit (zelfbewustzijn) samen met het ontwikkelen van een besef van de gezichtspunten en identiteit van anderen.

 
Een voorbeeld van een internationaal leerdoel waarin dit zichtbaar wordt, is:
 

‘Ik kan een ander land, een andere cultuur en/of een andere samenleving waarderen, terwijl ik ook mijn eigen land, cultuur en samenleving waardeer.’

 
Wij zijn ervan overtuigd dat leerlingen ontdekken wie zij zelf zijn door te leren over hun eigen afkomst en die te vergelijken met die van anderen, overal ter wereld. Hierdoor leren zij begrip en respect hebben voor andere (culturele) opvattingen.
 

Hoe maken we dit concreet?

IMYC en Curriculum 10-14 werken vanuit leerdoelen. Naast de vakgerichte leerdoelen (kennis, vaardigheden en begrip), hebben we ook internationale leerdoelen geformuleerd.
 
Deze leerdoelen komen in elke unit aan bod: leerlingen gaan bij elk thema ‘de grens over’. Ze werken aan leerdoelen waarin meerdere culturele perspectieven worden belicht. Wat zijn de overeenkomsten en wat de verschillen tussen wat zij hier gewend zijn en wat elders in de wereld gebruikelijk is? Wat vind de leerling daarvan?

 
In de unit ‘Feesten’ verdiepen leerlingen zich bijvoorbeeld bij Kunst en Cultuur in de manier waarop kunstenaars, ambachtslieden en ontwerpers uit allerlei tradities van over de hele wereld materialen, vormen en technieken gebruiken om uiting te geven aan hun gevoelens, waarnemingen en ervaringen. De vragen die ze zich daarbij stellen zijn:
 

1. Waarom is het belangrijk om met vreugde en blijdschap belangrijke gebeurtenissen te herdenken?
2. Hoe doen mensen over de hele wereld dit door middel van verschillende kunstvormen?
3. Hoe kan kunst door vieringen mensen samenbrengen?
4. Hoe heeft dat effect op mij?

 
De leerlingen ontdekken zo hun plek in de samenleving, waarbij ook die internationale mindset een plek heeft gekregen. Ze leren hoe ze goed met elkaar om kunnen gaan, dat ze het niet altijd met elkaar eens hoeven te zijn, dat ze iemand met een andere mening toch kunnen waarderen en ook hoe verschillende culturen min of meer afhankelijk van elkaar zijn.
 
Zo dragen IMYC en Curriculum 10-14 bij aan de vorming van de wereldburgers van de toekomst.
 

Volgende blog

In de volgende blog gaan we verder in op duurzaamheid en de Sustainable Development Goals van de VN binnen IMYC en Curriculum 10-14.
 

Nieuwsgierig?

Kijk gerust eens rond op onze website of die van Curriculum 10-14. Met al je vragen helpen we je graag verder via info@imyc-nederland.nl
 
Volg ook onze nieuwsbrieven of abonneer je via de sociale media op IMYC/Curriculum 10-14 als je op de hoogte wilt blijven. Er zijn geregeld digitale Community-bijeenkomsten waar je van harte welkom bent.
 
Aanmelden voor de nieuwsbrieven
 
IMYC
Facebook | LinkedIn | Instagram
 
Curriculum 10-14
Facebook | Instagram
 

Hoe vaak mopperen we als leraar op onze pubers in de klas en lijkt hun motivatie om te leren ver te zoeken? Het is niet altijd even gemakkelijk om tieners te begeleiden in hun ontwikkeling.
 
In de puberteit vindt een belangrijk deel van de vorming van kinderen plaats. Door vallen en opstaan leren pubers wie zij zijn en hoe zij zich verhouden tot hun omgeving en de wereld (Crone, 2018). De ontwikkeling van de hersenen neemt in deze periode (van 10 tot 22 jaar) een grote vlucht.
 
In deze zevende blog vertellen we je hoe IMYC en Curriculum 10-14 tegemoet komen aan de behoeften van het tienerbrein.
 
Om effectief te kunnen leren gaan IMYC en Curriculum 10-14 uit van vijf belangrijke behoeftes van het tienerbrein: de zogenaamde ‘5 key needs’.
 

1. Een ‘use it or lose it’-principe

Als lesstof betekenis krijgt voor een tiener, wordt dat beter onthouden (Kagan, 2019). Door steeds binnen meerdere vakken te werken aan een centraal thema (de Big Idea, zie blog #6) komen onderwerpen herhaaldelijk terug en gebruikt de tiener de net opgedane kennis en vaardigheden vanuit meerdere perspectieven. Zo krijgt de lesstof betekenis en wordt voorkomen dat het ‘lose it’-principe gaat gelden.
 

2. Hulp bij plannen, beslissen en omgaan met verantwoordelijkheden

Tijdens de puberteit groeien de hersengebieden die betrokken zijn bij het opvolgen van regels en instructie, nog door. Van een tiener kun je daarom niet verwachten dat hij of zij dezelfde planningsvaardigheden heeft als een volwassene (Crone, 2018). Het is dan ook belangrijk dat alle leraren duidelijke instructie en sturing geven, zonder dat dit als harnas wordt ervaren door de tiener.
 
IMYC en Curriculum 10-14 bieden een heldere structuur doordat de leercyclus steeds heel zichtbaar blijft binnen alle units (modules van circa 8 weken). Daarnaast worden leerlingen binnen de taken ook begeleid in hun leren door, bijvoorbeeld, richtinggevende vragen en tussentijds ophalen van opgedane kennis.

 

3. Risico’s nemen en gevolgen niet goed overzien

Als volwassene kun je je zorgen maken om de veiligheid van tieners, omdat ze de behoefte hebben om risico’s te nemen. Toch hoort dit bij het proces van loskomen van je vertrouwde omgeving (Crone, 2018). Als leraar kun je tieners begeleiden om op een verantwoorde manier risico’s te nemen tijdens het leren.
 
Binnen de units van IMYC en Curriculum 10-14 worden suggesties voor spannende leeractiviteiten gegeven waarin leerlingen worden uitgedaagd om nieuwe dingen te onderzoeken. Ook worden leeradviezen gegeven waarmee je als leraar je begeleiding kunt verdiepen. Zo laat je tieners op een verantwoorde manier exploreren, houd je ze in de gaten en geef je ze feedback (Jolles, 2020).
 

4. In een groep geaccepteerd willen worden

In de puberteit gaan tieners zich steeds meer richten op hun leeftijdsgenoten. Hierbij heeft het proces van geaccepteerd of afgewezen worden grote impact (Crone, 2018). Wanneer een tiener buitengesloten wordt, worden dezelfde hersengebieden actief als bij fysieke pijn.
 
Tieners leren in deze periode veel van elkaar, ze beïnvloeden elkaar zowel in positieve als in negatieve zin.
 
De leeractiviteiten van IMYC en Curriculum 10-14 zijn veel gericht op het samen werken en leren. Feedback en feedforward geven en ontvangen vinden als vast onderdeel in elke unit plaats, waardoor ook een veilige en sociale omgeving ontstaat. Zo verhogen tieners elkaars motivatie om te leren (Nelis & Van Sark, 2018).
 

5. De behoefte om verbanden te leggen

Het tienerbrein werkt in sterke mate associatief. Door steeds beter de verbanden tussen verschillende onderwerpen en leeractiviteiten te zien en ervaren, verbetert het leren. Doordat de tieners met IMYC en Curriculum 10-14 bij de verschillende vakken aan hetzelfde thema (de Big Idea) werken, kunnen zij die verbanden gaan leggen tussen die vakken.
 
Door rekening te houden met de behoeftes van het tienerbrein blijven tieners gemotiveerd om te leren en kunnen zij zich in een veilige, sociale omgeving verder ontwikkelen. IMYC en Curriculum 10-14 geven hier inhoud en structuur aan. Niet voor niks is ons motto: ‘Great Learning, Great Teaching, Great Fun’!
 

Bronnen

Crone, E. (2018). Het puberende brein. Amsterdam: Prometheus.
Jolles, J. (2020). Leer je kind kennen. Over ontplooiing, leren, denken en het brein. Amsterdam: Uitgeverij Pluim.
Kagan, S. (2019). Breinvriendelijk onderwijs. Feiten, tips en coöperatieve structuren (2e druk). Vlissingen: Bazalt Educatieve Uitgaven.
Nelis, H., & Van Sark, Y. (2018). Motivatie binnenstebuiten. Het geheim achter gemotiveerde pubers, enthousiaste leerlingen en gedreven docenten. (6e druk). Utrecht/Antwerpen: Kosmos Uitgevers.
 

Volgende blog

In de volgende blog gaan we verder in op wereldburgerschap en internationale leerdoelen.
 

Nieuwsgierig?

Kijk gerust eens rond op onze website of die van Curriculum 10-14. Met al je vragen helpen we je graag verder via info@imyc-nederland.nl
 
Volg ook onze nieuwsbrieven of abonneer je via de sociale media op IMYC/Curriculum 10-14 als je op de hoogte wilt blijven. Er zijn geregeld digitale Community-bijeenkomsten waar je van harte welkom bent.
 
Aanmelden voor de nieuwsbrieven
 
IMYC
Facebook | LinkedIn | Instagram
 
Curriculum 10-14
Facebook | Instagram
 

vakoverstijgend onderwijs

‘Waarom moeten we dit leren, mevrouw?’ Een vraag die ik meerdere keren heb gehoord als leraar biologie. En terecht! Één van de manieren om leerlingen urgentie bij te brengen is door middel van vakoverstijgend onderwijs.
 
“Als je het belang ziet, motiveert dat om je ervoor in te spannen.” (Nelis & Van Sark, 2018).
 
In dit zesde blogartikel van 2021 vertellen we je hoe IMYC en Curriculum 10-14 de leerlingen helpen om gemotiveerd te leren en beter te onthouden.

Betekenisvol vakoverstijgend onderwijs voor tieners

Hoe meer betekenis de lesstof heeft, hoe beter dat wordt onthouden (Kagan, 2019). Lesstof krijgt betekenis als deze in een brede context wordt aangeboden. Daarom werken de verschillende vakken (en dus vakdocenten) binnen IMYC (voor onderbouw VO) en Curriculum 10-14 (voor tienerscholen) samen om die rijke context te bieden.
 
IMYC en Curriculum 10-14 hebben een vakoverstijgend karakter. Er is een duidelijke samenhang tussen schoolvakken doordat in elke periode van circa 8 weken één thema centraal staat. Bij dat thema hoort een basisprincipe: we noemen dat de ‘Big Idea’.
 
De Big Idea van het thema ‘Aanpassen’ is bijvoorbeeld:
 

‘Aanpassingsvermogen is het vermogen je aan te passen aan nieuwe omstandigheden.’

 
Hoe ziet dat er concreet uit?
Bij aardrijkskunde onderzoeken de leerlingen hoe mensen in verschillende delen van de wereld zich aanpassen aan weer, klimaat en omgeving. Bij kunst en cultuur staat het gebruik van (duurzame) materialen centraal en bij natuurwetenschappen ontdekken de leerlingen hoe de natuur zich aanpast aan nieuwe omstandigheden. Hetzelfde thema wordt dus vanuit verschillende perspectieven benaderd. Binnen IMYC en Curriculum 10-14 wordt elk thema ook in een internationaal perspectief geplaatst. Wereldburgerschap is geïntegreerd in het curriculum.
 
De Big Idea geeft leren dus samenhang en betekenis. Vanuit verschillende contexten gaan leerlingen steeds daar naar terug.
 
Door het bieden van die rijke context en doordat bij de verschillende vakken aan de Big Idea wordt gewerkt, ervaren leerlingen waarom die lesstof belangrijk is. Hierdoor neemt hun motivatie om te leren toe. Daarnaast leggen de leerlingen verbanden tussen de verschillende vakken. Ook hierdoor beklijft vakinhoudelijke kennis beter en versterkt het begrip van leerlingen.
 

Vakoverstijgende vaardigheden

De Big Idea verbindt dus de verschillende vakinhouden aan elkaar waardoor leerlingen beter begrijpen waarom ze iets gaan leren.
 
Naast vakinhoudelijke kennis gaat het óók om vakoverstijgende vaardigheden: creativiteit, kritisch denkvermogen, leren leren, samenwerken en probleemoplossend vermogen. Binnen IMYC en Curriculum 10-14 reflecteren leerlingen samen met hun leraren hun leerproces waarvan ook deze vaardigheden een onderdeel zijn.
 
In de voorbereiding van elke periode werk je als team samen om de Big Idea inhoud te geven en daarbij neem je ook deze vakoverstijgende vaardigheden mee.
 
Zo verbeter je continu het leren van jullie leerlingen!
 

Bronnen over vakoverstijgend onderwijs

Kagan, S. (2019). Breinvriendelijk onderwijs. Feiten, tips en coöperatieve structuren (2e druk). Vlissingen: Bazalt Educatieve Uitgaven.
Nelis, H., & Van Sark, Y. (2018). Motivatie binnenstebuiten. Het geheim achter gemotiveerde pubers, enthousiaste leerlingen en gedreven.

 

Volgende blog

In het volgende artikel gaan we verder in op onderzoekend leren en het tienerbrein bij IMYC en Curriculum 10-14.
 

Nieuwsgierig naar meer over IMYC en vakoverstijgend onderwijs?

Kijk gerust eens rond op onze website of die van Curriculum 10-14. Met al je vragen helpen we je graag verder via info@imyc-nederland.nl
 
Volg ook onze nieuwsbrieven of abonneer je via de sociale media op IMYC/Curriculum 10-14 als je op de hoogte wilt blijven. Er zijn geregeld digitale Community-bijeenkomsten waar je van harte welkom bent.
 
Aanmelden voor de nieuwsbrieven
 
IMYC
Facebook | LinkedIn | Instagram
 
Curriculum 10-14
Facebook | Instagram
 

visie gert biesta en imyc

Goed onderwijs start met een goede visie op onderwijs. Waartoe dient ons onderwijs? We bekijken de drie domeinen van Gert Biesta en zijn visie. We gaan ook in op hoe IMYC daarop aansluit.

De 3 en visie van Gert Biesta

Veel scholen hebben hun onderwijsvisie gebaseerd op de drie domeinen van Gert Biesta (Biesta, 2015):

Kwalificatie: verwerven van kennis, vaardigheden, waarden en houdingen;
Socialisatie: deel worden van bestaande tradities en praktijken, van manieren van doen en zijn;
Subjectificatie: persoonsvorming in vrijheid en verantwoordelijkheid die daarmee gepaard gaat.

In de visie van de school wordt regelmatig naar de visie van Gert Biesta verwezen. Maar hoe komen ze ook echt tot uiting?
 

Van visie naar doelstellingen

 
De vertaling van deze visie in schoolplannen en jaarplannen omvat vaak thema’s als: werken met leerdoelen, formatief evalueren, vakoverstijgend werken, onderzoekend leren, doorlopende leerlijnen, kansengelijkheid, wereldburgerschap, duurzaamheid en 21st century skills. Het zijn thema’s waar je graag mee aan de slag wilt.
 
Stuk voor stuk vragen deze thema’s om kleine of grote veranderingen in je school: van je denken, handelen, lesmateriaal, lesrooster, toetsbeleid, curriculum, onderwijsconcept en misschien wel van je hele schoolsysteem.
 
De doelstellingen zijn geformuleerd maar hoe geef je daar nu concreet handen en voeten aan? Wat zijn de stappen die je kunt nemen om het voor elkaar te krijgen? Welke keuzes in structuur en cultuur maak je om je doelstellingen waar te maken?
 

We duiken in het Great Learning-DNA!

Curriculum 10-14 (voor tienerscholen) en IMYC (voor onderbouw VO) bieden je concrete handvatten om de drie domeinen van Biesta in te kleuren. In dit artikel laten we je graag zien hoe we dat doen en op welke manier we de visie van Gert Biesta in ons DNA meenemen in al onze activiteiten.

 

Visie

Ook bij Curriculum 10-14 en IMYC begint het met een gedeelde visie op onderwijs: we werken vanuit de zogenaamde Bottom Line 9 (BL9): negen basisprincipes waar we ons onderwijs op baseren en waarmee we samen het leren verbeteren (BL nr. 1, 2 en 3).
De Bottom Line 9 van IMYC
 

Kwalificatie

Natuurlijk werk je als school aan kwalificatie. De hele organisatie van je onderwijs is erop gericht om leerlingen kennis, vaardigheden, waarden en een gewenste (studie)houding mee te geven. Je wilt je leerlingen steeds een stapje verder brengen in hun ontwikkeling en je wilt dat ook zichtbaar maken.
 
Je onderwijsprogramma is erop gericht om de kerndoelen voor de onderbouw, die door het SLO zijn beschreven, te halen. Hiermee bied je je leerlingen een goede basis voor de stap naar de bovenbouw van het VO. Vaak is binnen een vaksectie een methode gekozen die hierbij kan ondersteunen. Verbinding met andere vakken kan en mag wel maar is op veel scholen (nog) niet de praktijk.
 
Curriculum 10-14 en IMYC bieden een concept en curriculum in één, het zijn géén methodes. De verschillende vakinhouden worden door één centraal thema met elkaar verbonden, waarbij één hoofdgedachte gedurende een periode van circa zes weken centraal staat. Als voorbeeld noemen we het thema ‘Feesten’ waarvan de hoofdgedachte is:
 

‘Het is waardevol om speciale gebeurtenissen en rituelen te vieren’.

 
Voor elk vak zijn aan dit thema leerdoelen gekoppeld. Die leerdoelen corresponderen met de kerndoelen voor de onderbouw en omvatten zowel kennis, vaardigheden als begrip (BL nr.5).
 
Doordat leerlingen de leerstof van verschillende vakken binnen één thema (het zogenaamde ‘Big Idea’, (BL nr.8)) krijgen aangereikt, leggen leerlingen gemakkelijker verbanden, beklijft de vakinhoudelijke kennis beter en wordt het begrip versterkt.
 
Het leerproces is bij elk thema herkenbaar en kent verschillende fasen: startpunt, kennisoogst, leerdoelen expliciteren, onderzoek en verwerking, reflective journal, assessment for learning en de afsluiting (BL, nr.7). Door de vorderingen in de leerdoelen te volgen (formatief en/of summatief) houd je zicht op het leerproces van je leerlingen. Met behulp van rubrics kun je beoordelen in hoeverre het leerproces is verbeterd (BL nr.9).
 
Kwalificatie wordt, kortom, ingekleurd door alle fasen van het leerproces goed te doorlopen. Zo laten we leerlingen uitdagend en zorgvuldig leren (BL, nr.6). De leerdoelen zijn zowel vakinhoudelijk als vakoverstijgend, persoonlijk en internationaal gericht.
 

Socialisatie

Hoe leerlingen deel kunnen worden van bestaande tradities en praktijken, van manieren van doen en zijn, is vaak gekoppeld aan de manier waarop scholen burgerschapsvorming in hun onderwijsaanbod hebben opgenomen. Dit kan bijvoorbeeld concreet vorm krijgen in projecten voor goede doelen. Het integraal opnemen in het curriculum is minder vaak aan de orde.
 
Binnen de thema’s van Curriculum 10-14 en IMYC wordt altijd het internationale perspectief belicht. Eén van de basisprincipes betreft ook het belang van deze internationale gerichtheid (BL, nr.4). Hoe denken en doen wij zelf én hoe wordt er gedacht en gedaan in een ander werelddeel? Zo leren leerlingen over verschillende tradities en praktijken in eigen land en leren zij ook dat die tradities en praktijken niet overal hetzelfde zijn.
 

Gert Biesta’s visie: ‘Subjectificatie’

De persoonlijke ontwikkeling van leerlingen wordt op de meeste scholen in het mentorprogramma opgenomen. Leerlingen stellen, onder begeleiding van hun mentor of coach, persoonlijke leerdoelen op. De rol van de docent krijgt meer en meer een coachend karakter.
 
Bij Curriculum 10-14 en IMYC worden de persoonlijke leerdoelen gekoppeld aan de leerdoelen per vak. Omdat, bijvoorbeeld, binnen de thema’s veel wordt samengewerkt tussen leerlingen ontstaat een context waarbinnen leerlingen aan hun persoonlijke leerdoelen kunnen werken. Door zelf en anderen daarop te (laten) reflecteren, leert de leerling zijn persoonlijke talenten te ontwikkelen en daar ook verantwoordelijkheid voor te nemen.
 

De visie van Gert Biesta in al onze activiteiten

De domeinen van Biesta (en ook onze Bottom Line 9) omvatten echter méér dan een curriculum. Je kunt zeggen dat ze ook een vorm van ‘willen zijn’ of ‘doen’ inhouden. Wanneer je als school wilt gaan werken met Curriculum 10-14 of IMYC zoeken wij met jullie een samenwerking die óók het leren van jullie zelf verbetert. We schrijven niets voor maar gaan samen met je op pad. Kwalificatie, socialisatie en subjectificatie vormen een natuurlijk onderdeel van dat leerproces. Zo ‘zíjn’ en ‘dóen’ we de domeinen van Biesta. Samen vormen we een gemeenschap waarin we elkaar nodig hebben om te leren.
 

Conclusie

Wil je als school de visie van Gert Biesta op een geïntegreerde manier inkleuren dan kunnen Curriculum 10-14 en IMYC je daar prima bij ondersteunen! Indien je interesse hebt in IMYC of Curriculum 10-14 op jouw school, dan zijn er verschillende manieren om ons beter te leren kennen.
 
Volg ook onze nieuwsbrieven of abonneer je via de sociale media op IMYC/Curriculum 10-14 als je op de hoogte wilt blijven. Er zijn geregeld digitale Community-bijeenkomsten waar je van harte welkom bent.
 
Aanmelden voor de nieuwsbrieven
 

IMYC

Facebook | LinkedIn | Instagram
 

Curriculum 10-14

Facebook | Instagram

Foto: Academie1014. Tip! Op de website academie1014.nl kun je een kijkje nemen binnen de muren van Academie1014.

 

Academie1014: Tijd voor jou!

In dit tweedelige blogartikel laten we het verhaal van Academie1014 uit Almere zien, dat op een uitdagende missie ging en daarbij ook IMYC op haar pad vond. Het eerste deel van het interview lees je hier.
 
Academie1014 is één van de eerste 10-14-initiatieven in Nederland en helpt jonge tieners bij hun overstap naar het voorgezet onderwijs. De gedachte hierachter is dat leerlingen in hun eigen tempo ontwikkelen, en dat coaches en leerkrachten oog hebben voor hun specifieke kwaliteiten.
 
Els Mellink is leerkracht/coach op Academie 10-14 in Almere. Ze is groepsleerkracht in de PO-vakken en vakexpert taal en literatuur PO- en VO. Els is bovendien IPC-trainer voor Great Learning Nederland.
 

“Het helpt ontzettend om met elkaar te blijven praten over waar je mee bezig bent. “

 

Heeft IMYC jullie geholpen om bepaalde dingen beter aan te pakken?

“Aan de voorkant vind je in IMYC herkenbare zaken. Denk aan thematisch werken bijvoorbeeld. Hoe meer je ermee werkt, hoe meer je ontdekt. Denk aan de verbinding tussen vakgebieden, het Assessment for Learning of de aandacht voor het tienerbrein. Die zaken triggeren, omdat je als team denkt: dat wil ik nu ook wel bij ons terugzien. Bijvoorbeeld: ik werk wel met het assessment, maar ik kan nog veel meer doen met de leeradviezen die daarbij zitten.
 
Zo is IMYC een aanjager om steeds nieuwe dingen te leren als school. Het leuke is dat je gaandeweg leert zien hoe je vooruit gaat.”
 

Welke adviezen zou je beginnende scholen meegeven? Want het lijkt ook wel heel veel soms voor ze.

“Blijf goed samenwerken als team. Als themavoorbereiding doet iedereen zijn eigen onderzoek en pitcht zijn of haar ideeën voor de komende acht werken. Op basis daarvan gaan we in gesprek om te kijken waar we matchen.
 
Het helpt ontzettend om met elkaar te blijven praten over waar je mee bezig bent. Hebben we de leerdoelen scherp? Betrekken we het assessment er goed bij? Dat zijn dingen waar je ook in mag verschillen. Misschien behandel ik het gehele assessment en gaat de leerkracht Engels aan de slag met de rubrics om te differentiëren tussen de leerjaren.”
 

Wat levert dat de leerling uiteindelijk op?

“Een meer coherent verhaal met een duidelijke lijn tussen de vakgebieden. Zo heb je bijvoorbeeld hetzelfde taalgebruik, wat leidt tot herkenning bij collega’s, leerlingen en ouders.”
 

Geldt dat ook voor de didactiek?

“Tot op zekere hoogte. Didactiek is erg afhankelijk van het vak dat je geeft. Dat verschil moet er ook zijn. De geschiedenisdocent floreert door een goed verhaal bijvoorbeeld. De wiskundedocent kan dat ook, maar zal het minder doen om de stof over te brengen. Je moet geen eenheidsworsten van de vakexperts willen maken.
 
Los daarvan staat wel dat je met z’n allen IMYC ademt, bijvoorbeeld door de manier van kijken naar ontwikkeling en groei. Of in het zoeken van verbinding en jouw les verbinden aan die van een collega.”
 

Daarop voortbordurend: komen het onderzoeken, verwerken en reflecteren uit de IMYC-leercyclus al volledig bij jullie terug?

“Onderzoeken en verwerken zit er zeker in ja. Soms wordt nog wel eens gedacht dat er geen ruimte meer is voor instructie, dat is absoluut niet het geval. Elke vakexpert kijkt bij ons waar instructie nodig is. Ook hierin zijn de verschillen per vak zichtbaar. Bij het ene vak is er meer instructie nodig dan onderzoek. Ook de momenten waarop je instructies geeft kan per vak verschillen. Uiteindelijk weet je als vakexpert het beste waar naartoe gewerkt moet worden.
 
Het leuke is dat kinderen bij hun onderzoek keuzevrijheid hebben. Als je bij aardrijkskunde bezig bent met verschillende culturen, dan hebben de leerlingen soms zelf de keuze welke cultuur ze onderzoeken. Ze krijgen criteria van waar het werk aan moet voldoen. Daarbinnen hebben ze de ruimte.
 
De reflectie is er ook, maar soms wel nog te veel op lesniveau. Bijvoorbeeld: gisteren hadden we een boekenclub georganiseerd, waarbij elke leerling zijn of haar boek presenteerde. Aan de hand van leerdoelen en rubrics werd er gereflecteerd, maar dat gaat nog heel erg over dat specifieke boek en het moment. We willen ernaartoe dat die reflectie nog uitzoomt. Dit wist ik eerst, dit weet ik nu. Daar ligt het verband met andere vakken.”
 

Maak je gebruik van de IMYC-communitybijeenkomsten?

“Ja, het leuke is dat er onderwerpen steeds terugkomen tijdens de online community-specials*. Soms sluit je heel gericht aan op een onderwerp, omdat je daar zelf mee bezig bent. Dat is voor de één het assessment en de ander de leerwand. Je inspireert elkaar en het is steeds een verrassing wie er aanhaakt. En soms is het ook gewoon leuk om herkenning te zien. Oh zo gaat dat dus ook in Utrecht, bijvoorbeeld.”
 
*Er zijn normaliter ook offline momenten om elkaar als community te treffen, maar door corona kan dat helaas nog even niet.
 

Wat haal je er het meest uit?

“Het zet me weer even op scherp. Oh ja, dit was even weggezakt. De leuke bonus is dat je over onderwijs praat en scholen tegenkomt die het anders benaderen. Dat leidt soms tot een vervolgcontact. En soms is het ook heel praktisch van aard. Dan neem je een leuk lesidee mee, bijvoorbeeld dat je het reflective journal ook in een los boekje kunt aanbieden, dat leerlingen van les naar les meenemen. Dat triggert mij dan, omdat wij op het vlak reflective journal nog zoekend zijn.”

'Het onderwijs van Great Learning Nederland gaat naast vele jaren onderwijservaring wereldwijd uit van onderzoeken uit de hersenwetenschap.'